Hoe gaat het nog met … ?

Standaard

Gisteren zei ik nog: ‘Niet te geloven dat het alweer Nieuwjaar is. Wat gaat de tijd toch snel.’ Dat is blijkbaar al vijf maanden geleden.

Niet dat er in de tussentijd niets is gebeurd. Op sommige vlakken had mijn leven best mogen stagneren. Maar de omwenteling der gebeurtenissen kent zelden mededogen.

Een vraag die ik op quasi elke sociale gelegenheid voorgelegd krijg, is: ‘Hoe gaat het nog met …?’ In de meeste gevallen is die vraag een mix van oprechte interesse en een anticiperende opvulling van een nakende ongemakkelijke stilte. De invulling van het beletselteken is afhankelijk van wie de vraagsteller is en van hoeveel andere mensen het gesprek zouden kunnen horen. De vuistregel is: hoe minder aanwezigen, hoe persoonlijker de vraag. In die laatste situatie helt het hoofd van de vraagsteller wat over naar de rechterkant.

Yannick Van Puymbroeck 2.9 Pro (het recentste besturingssysteem van mijn identiteit) beantwoordt die vragen over facet of project graag met veel passie en openheid. Helaas is die versie van mezelf nog niet volledig van bugs gevrijwaard. Zelfbewustzijn en zelfrelativering manifesteren zich af en toe, zorgen ervoor dat ik mijn antwoorden weglach nog voor ik ze uitspreek, maken mijn zinsconstructies wankel, doen me stamelen. Kwalen die nog een restant zijn van de Yannick Van Puymbroeck 2.4 Home-editie. Er volgt dra een software-update, hoop ik.

In afwachting van die software-update die mezelf in publieke omstandigheden eindeloos en onbeschroomd mezelf maakt: een getikte reeks FAQ in de ‘Hoe gaat het nog met …?’-categorie.

Q: Hoe gaat het nog met je toneel?

Zeer goed. In theaterseizoen ’18-’19 gaan twee solovoorstellingen van mij in première. Over de eerste geef ik voorlopig niets meer prijs dan dat de première op 8 november plaatsvindt en dat er vanaf over een week of drie tickets kunnen worden besteld. De tweede solovoorstelling heet Don’t believe the hyperconscious mind en zal op 12 en 13 februari 2019 te zien zijn in de Arenberg in Antwerpen. Daarna wil ik met die voorstellingen op tournee.

Extra Q: Wie speelt er mee?

Niemand behalve ikzelf. Het zijn solovoorstellingen. Na negen klassieke theatervoorstellingen – met personages en acteurs – was het de hoogste tijd voor een nieuwe fase in mijn theaterwerk. Vanaf 2013 begon ik steeds meer compromissen te sluiten, probeerde ik steeds meer rekening te houden met het hypothetische publiek, met wat zou aanspreken, met wat begrijpelijk zou zijn. Gek genoeg zijn mijn meest succesvolle voorstellingen de voorstellingen geweest waarbij ik louter met mijn eigen smaak rekening hield. Het werd dus tijd om weer dingen te beginnen maken die uit een intrinsieke noodzaak zijn ontstaan, niet uit de een of andere populaire gedachte.

En, toegegeven: na het omstandige debacle dat De wedergeboorten in mijn perceptie1 was, had ik nood aan ademruimte, en wou ik theater maken met dezelfde vrijheid waarmee ik mijn roman schrijf, poëzie schrijf, eender wat maak eigenlijk. De klad zat erin. Inhoudelijk was De wedergeboorten een culminatie van de acht vorige stukken. Ik verlangde naar een nieuw begin, maar kreeg een einde in de plaats. En hoe diep ik in september ook zat: het was het beste breekpunt dat ik me kon wensen. Een eye-opener.

De volgende voorstellingen zullen op erg verschillende manieren een vloeiende mix zijn van fictie, essay, poëzie, stand-up en muziek. Ik zeg niet dat ik nooit meer een klassieke voorstelling zal schrijven en regisseren, maar met de ideeën die ik nu heb en het plezier dat ik put uit de nieuwe manier van werken, zie ik me de komende jaren niet terugkeren naar de harde regisseurstoel. Solo werken is vaak minder eenzaam dan in groep.

1. Niet iedereen vond die voorstelling echter even vreselijk. Mijn moeder vond het bijvoorbeeld ‘een fantastisch stuk’. Op basis van die voorstelling was ze er helemaal van overtuigd dat ik een grote carrière zal maken. Het klinkt vast bizar, maar: ik ben blij dat ze met die hoopvolle gedachte over mij is kunnen gaan.

Extra Q (van mijn grootmoeder): Is het om te lachen?

Het onderscheid tussen komedie en drama is niet meer van deze tijd – tenzij voor voorstellingen die in parochiezalen worden opgevoerd. De voorstellingen zullen entertainend zijn, beloofd. Maar om het met een cliché te zeggen: humor is een middel, geen doel.

Q: Hoe gaat het nog met je marathon?

Op 9 september (2018) sta ik aan de start van de In Flanders Fields Marathon. Samen met een duizendtal andere hobbyistische atleten loop ik 42,195 km van Diksmuide naar Ieper.

Ruim drie maanden voor de start heb ik toch al drie trainingen achter de rug. De langste afstand die ik het afgelopen jaar heb gelopen, is 4 kilometer.

Extra (retorische) Q: Zot, dat lukt toch nooit?!

Elf jaar geleden liep ik 30 kilometer in 2 uur en 10 minuten. Niet dat ik die snelheid het komende jaar zal evenaren, maar er schuilt een loopaanleg in mij. Een restant van Yannick Van Puymbroeck 1.8 Bèta: het is niet omdat anderen het niet kunnen, dat ik het niet kan. Ik maak me sterk dat ik de marathon gezond en wel zal uitlopen tegen een gemiddelde snelheid van 10 kilometer per uur. Noteer maar.

Vanaf vandaag begin ik trouwens ernstig te trainen. Ik heb me een goedkope smartphone2 aangeschaft die als surrogaatmuziekspeler zal fungeren. De enige apps die ik op de simkaartloze smartphone zal gebruiken, zijn Spotify en OnCoach.

Het moet hoe dan ook lukken, want meer dan lui ben ik gierig. En mijn inschrijvingsgeld is al maanden geleden betaald. Dus…

2. Moto C Plus. €79 bij bol.com. 16 GB Intern Geheugen, Quadcore, 1 GB Ram. Koopje.

Q: Hoe gaat het nog met je roman?

De roman die ik tussen 2012 en 2015 heb geschreven – Ontaarding – vond ik niet goed genoeg. Hij was, zoals mijn theaterwerk uit die tijd, een plot, weinig meer dan dat. Weinig tweede of derde lagen, niets eclectisch, weinig tot geen van mijn tropes. De roman bestond uit twee parallelle verhaallijnen die uiteindelijk samenkwamen, de apotheose zorgde voor een volmaakte cirkel3. Om maar te zeggen: ik zat volop in mijn behoedzame periode4.

Nu ben ik bezig met de roman die mijn debuutroman moet en zal worden. Een werktitel geef ik niet prijs, maar in de roman volgen we twaalf personages – die elk een ander sterrenbeeld hebben – tijdens de drie weken durende periode dat de planeet Mercurius ogenschijnlijk retrograde draait. De twaalf personages verlangen er elk afzonderlijk naar om de tijd terug te draaien. Een van de personages heet geheel ontoevallig Yannick Van Puymbroeck en is nog minder toevallig van sterrenbeeld Waterman.

Het resultaat zal in de loop van 2019 wel ergens in de betere boekhandel/webshop te koop zijn, toch?

3. Pleonasme. Als een cirkel niet volmaakt is, is het geen cirkel.
4. RIP (°07/2013 – †02/2018)

Q: Hoe gaat het nog met jou? (Impliciet: sinds het overlijden van je moeder.)

Het gaat. Oké. Goed. Ik heb de werkelijkheid aanvaard omdat iets anders geen optie is. Al rest er natuurlijk een lacune die niet meer op te vullen valt.

Haar overlijden heeft me alleszins getriggerd om meer mezelf te zijn, roekelozer te zijn, meer je m’en fous, om me minder aan te trekken van eender wie of wat. Zoals ik ben opgevoed: als een assertieve, boude jongeman die niet bang is om uit de band te springen5.

Niet dat ik geen vlagen van sentiment ken. Voor het slapengaan wens ik haar bidprentje een fijne nacht, in belangrijke omstandigheden vraag ik om hulp. Opmerkelijk gedrag voor iemand die tussen atheïsme en agnosticisme zweeft.

Maar dus: het gaat wel.

5. Toen ik negen was, droeg ik onder impuls van mijn moeder een lange siervlecht in mijn haar. Toen ik elf was, voorzag ze mijn bles van goudblonde mèches. Zoals je in onderstaande foto kan zien, waarop ik in het gezelschap vertoef van een ander notoir geblondeerd heerschap.

 

Q: Hoe gaat het nog met je taak als voetbaltrainer?

Vanaf volgend seizoen ben ik hoofdtrainer van de damesploeg van FC Daknam. De trainingen vangen aan in de laatste week van juli. Het spreekt voor zich dat ik enorm naar het nieuwe seizoen uitkijk. Voor de speelsters zal de nieuwe speelstijl6 een cultuurshock zijn waar ze snel aan zullen moeten wennen, maar ik ben ervan overtuigd dat er ons bij Daknam veel mooie seizoenen vol successen te wachten staan. De groep speelsters is alvast erg hecht, bestuur, supporters en medewerkers zijn erg hartelijk. Dat het maar gauw juli is. Niet dat ik verwacht dat twee maanden lang zullen duren als de afgelopen vijf maanden nauwelijks een dag lijken te hebben geduurd.

Daarenboven zal de driewekelijkse fietsafstand Sint-Amandsberg – Lokeren (40 kilometer retour) mijn marathontrainingen geen kwaad doen. De beste verplaatsing is de gedwongen verplaatsing.

6. Erg compacte zonedekking, defensieve en offensieve patronen en looplijnen, een dynamische veldbezetting, tactische trainingen, technisch verzorgd combinatievoetbal in twee tijden, ingestudeerde stilstaande fases. Er is een reden waarom ik twaalf, elf, tien jaar geleden als piepjonge trainer op een hoger niveau unaniem lof kreeg en mij een grote toekomst toegedicht werd. Tijd om als nog steeds erg jonge trainer van onderen aan de grote klim te beginnen, want: ‘I’m not one of the bottle. I think I’m a special one.’ (José Mourinho.) Misschien plaats ik deze zomer eens een literair geschreven tactische analyse van de Rode Duivels online. Een manifest tegen de 3-4-2-1 die in balbezit een te diepe 5-4-1 wordt, die tot te veel 1-tegen-1-situaties leidt. Als iets mijn speelstijl typeert, is het het gebruik van extreme defensieve en offensieve overloads.

Q: Hoe gaat het nog met je poëzie?

Sinds 2014 heb ik niets meer in die vorm geschreven7. Wat ik jammer vind. Op een bepaald moment ben ik ermee gestopt omdat ik vond dat ik er niet goed in was. Mijn gedichten waren niet meer dan omzwachtelde expressionistische relazen. Heel klassieke vrije verzen, hoogdravende taal, enjambementen. Maar: weinig ideeën, weinig experiment, weinig eclecticisme. Mijn creatieve ideeën waren veelal narratief van aard, (te) plotgedreven, en eindigden uiteindelijk als toneelstuk, webserie of hoorspel.

7. Uitgezonderd het gedicht dat op het bidprentje van mijn moeder prijkt.

Extra Q: Hoe gaat het nog met je voornemen om in retrospect minder hard te zijn voor jezelf?

Goed punt. Ik zal het anders formuleren: ik ben de laatste maanden tot het besef gekomen dat wat ik maakte niet in overeenstemming was met mijn artistieke visie. Ik heb veel geleerd – vooral over mezelf.

Extra Q: Heb je nog plannen om poëzie te schrijven?

Jazeker. Er is een hyperrealistische, eclectische, epische bundel in de maak. Die te lezen valt zoals je naar een conceptalbum luistert.

Het resultaat zal in de loop van 2019/2020 wel ergens in de betere boekhandel/webshop te koop zijn, toch?

Q: Hoe gaat het nog met je podcast?

Vorige zomer wou ik – na de release van mijn webserie Misantropica en voor de repetities van De wedergeboorten – ter verpozing een eerste seizoen van de podcastreeks De toevalzoeker schrijven, maken en uitbrengen. In samenspraak met de productieleidster8 heb ik uiteindelijk beslist dat het beter was om de thunder van De wedergeboorten niet te stelen. Een vergissing als een andere.

Afijn: na september 2017 ben ik in een soort mix verzand van milde depressie en introspectieve twijfel. Veel verwijten voor mezelf, schuldgevoel, spijt, zelfverloochening. Daarenboven waren de slaapproblemen van weleer weer helemaal teruggekeerd9. Er was nood aan verandering, een breekpunt, nieuwe impulsen. Kortom: niet de ideale periode om me op die podcast te storten.

Mettertijd is het idee voor De toevalzoeker wat gesleten, veranderd, weggegooid, opgerakeld en uiteindelijk opgegeven. Om het echt finaal weer in gewijzigde vorm op te dissen. Ik ga de podcastreeks maken, die zal zoals mijn voorstellingen een mix zijn tussen allerhande vormen, het eerste seizoen zal in 2018 verschijnen, zal als ondertitel Scènes uit het bestaan van iemand die op hoop leeft dragen, maar wanneer precies, weet ik niet. Heeft ook geen belang.

8. Fancy titel voor An Willems.
9. Pas een maand geleden ben ik op slaap-, stress- en depressievlak helemaal vrij van medicatie. Al wat nog rest is een schamel pilletje tegen hooikoorts en iets cosmetisch.

Extra Q: Wordt De toevalzoeker je eerste podcast?

Als klassiek schrijver en regisseur heb ik al het hoorspel Maya / Van de waarspraak en het loensend visioen (2012) en de over-the-top hoorspelreeks (2013) Helleblind gemaakt. Die creaties vallen nu als podcast te beluisteren. Gewoon op de link klikken en dan vind je die jeugdzondes wel.

Maar: deze maand werk ik aan een eenmalige podcast, die de titel draagt van een toneelstuk dat ik uiteindelijk nooit gemaakt heb.

Extra Q: Hoe heet dat toneelstuk dat je uiteindelijk nooit gemaakt hebt?

De Yannick Van Puymbroeck Show.

Extra Q: Is dat geen al te polariserende titel?

En dan?

Q: Hoe gaat het nog met je webserie?

In de zomer van 2015 heb ik als eenmanscrew met een cast van zo’n twintig acteurs tweemaal het eerste seizoen10 van de soap/sitcom Misantropica gefilmd. In een week heb ik mezelf leren graden en monteren. In die week heb ik die zevendelige reeks – vier uur fictie – daadwerkelijk gemonteerd. Als ik op technisch vlak op iets trots ben, is het daarop.

Uiteraard kon die reeks heel wat beter. Wederom probeerde ik met die reeks iets toegankelijks te maken, een mix tussen een soap en een sitcom, heel lineair en maar zelden stout of los erover11. Het cliché als stijlfiguur.

Weinig is leuker dan met vrienden iets te maken. Uiteindelijk was de reeks een zeer aangename leerschool voor een autodidact. Aangezien ik niet te hard mag zijn voor mezelf, vind ik dat het resultaat – mits disclaimer – gezien mag worden, vermakelijk is en een consistente sfeer en filmstijl12 heeft. Maar dat betekent niet dat ik ze aan Netflix ga trachten te verkopen. Dat zou enkele Scheldebruggen te ver zijn. Liefst hou ik mijn hybris realistisch.

Nadat Misantropica in 2015 tweemaal publiekelijk was vertoond, heb ik een jaar geleden beslist om de reeks te hermonteren en online te plaatsen. Ik was wat beschroomd – want twee jaar later vond ik dat de reeks heel wat beter geschreven had kunnen zijn – maar uiteindelijk waren de reacties best fijn.

10. Twee draaidagen voor het einde verdween een van de hoofdacteurs met de noorderzon. Resultaat: zowat alles moest opnieuw worden gefilmd. Die tweede opnameperiode was hels, al kreeg dat adjectief twee jaar later een nieuwe dimensie tijdens de repetitieperiode van een niet nader genoemd toneelstuk.
11. Ik zal nooit vergeten hoe tijdens de première van de reeks een ouder koppel aan het einde van aflevering vijf een kijkje kwam nemen. De eerste scène die ze zagen, was een homo-erotische scène op een pornoset. Die mensen waren sneller weer buiten dan dat ze binnen waren.
12. Elke aflevering bestaat Ackermangewijs uit louter statische, theatrale shots. Behalve de vierde aflevering, de bottle episode, waarin de dichters hun comfortzone verlaten, die is uit de hand gefilmd. Die aflevering bevat ook een continu shot van meer dan negen minuten. En aflevering zeven bevat louter in de epiloog tekst.

Extra Q: Het eerste seizoen eindigde met de melding ‘Wordt hopelijk vervolgd…’ – Komt er een tweede seizoen?

Niet nu, niet volgend jaar, maar wie weet, ooit, in een vlaag van nostalgie, om van het tweede seizoen de reeks te maken die Misantropica oorspronkelijk had moeten te zijn. En om die arme Aza uit haar limbo te halen. En om de reeks lekker meta te maken. Misantropica: The Return, zoiets.

De enige voorwaarde is: van de oorspronkelijke zeskoppige hoofdcast moeten er minstens vijf weer in zijn. Of toch zeker vier. We zien wel.

Misantropica: The Return zal in de loop van 2020/2021 wel ergens op Netflix te zien zijn, toch?

Extra Q: Staat er geen andere webserie op je website aangekondigd?

Goed gezien! Inderdaad, ik ben van plan om de soloserie It’s not a dream, it’s not a mirage te maken en online te plaatsen. Maar wanneer weet ik niet. Misschien dit najaar, in de schemerzone tussen mijn twee theatervoorstellingen. Alleszins voor mijn 3013.

13. 20 januari 2019.

Q: Hoe gaat het nog met je literair tijdschrift?

Geen budget, geen draagvlak. Jammer. Het project duikt vaak op in mijn nachtdromen. Misschien komt het er nog van over een à twee jaar14.

14. Wanneer/als ik rijk en beroemd ben. En als ik de oorspronkelijke redactie kan overtuigen. Het had echt iets bijzonders kunnen worden, dat tijdschrift.

Q: Hoe gaat het nog met je muziek?

Leugentje. Niemand stelt mij die vraag, omdat ik er nog niets over heb verteld. Maar inderdaad, met enige schroom beken ik: voor enkele van mijn volgende projecten ben ik zelf (elektronische) muziek aan het componeren. Soundtrack en songs. Met lyrics. Die ik zelf parlando zing. Niet dat ik meteen een EP zal uitbrengen, maar de muziek zal hier en daar in eerder in deze tekst vermelde producties opduiken. Het zat al jaren in mijn hoofd – en nu durf ik me er eindelijk aan te wagen. Je m’en fous.

Q: Hoe gaat het nog met je toilet?

Het spoelt sporadisch niet (goed) door. De leidingen zijn te horizontaal en er zijn buren die doekjes doorspoelen die niet mogen worden doorgespoeld. Resultaat: hoog stilstaand water in het laagst gelegen toilet in het complex. Zodra mijn carrière een hoge vlucht heeft genomen, koop ik een woonboot in mijn droomstad Amsterdam15.

15. Die roman moet een bestseller worden en mijn solovoorstellingen een kassucces, ik weet het. Help me alsjeblieft, mama.

Q: Hoe gaat het nog met je kapsel?

In 2014 heb ik – na jaren halflange haren – beslist om voor een korter kapsel te gaan, de toen erg hippe undercut. Iets minder dan twee jaar geleden evolueerde de undercut naar een conventioneel middelkort warrig kapsel. Kortom: vier jaar lang had ik een naar rigide voetbalnormen perfect aanvaard mannenkapsel.

Mijn aangeboren contrariteit is onnavolgbaar: over twee maanden ben ik voetbaltrainer en sinds twee maanden heb ik beslist om mijn kapsel weer in de richting van schouderlengte te laten evolueren. Als er iets voorspelbaar is, is het mijn onvoorspelbaarheid.

 

Q: Hoe gaat het nog met je voornemen om kortere teksten te schrijven en minder voetnoten te gebruiken?

Zeer goed16.

16. Yannick Van Puymbroeck hanteert hier met weinig succes ironie als humoristisch stijlmiddel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *