Het egodocument

Standaard

“Bescheidenheid bij de middelmatigen is louter eerlijkheid. Bij de grote talenten is het hypocrisie.”

Arthur Schopenhauer over de vermeende deugd bescheidenheid

“Natuurlijk heb ik een groot ego, zoals iedereen met de gedachtekronkel ‘Ik kan iets waardoor ik het verdien om op televisie te komen’.”

Gilles De Coster over zichzelf en zijn collega’s

“Ik laat deze egotrip van Alex Turner aan mij voorbij gaan…” (sic)

Myriam F.1 over Tranquility Base Hotel + Casino, het nieuwe album van Arctic Monkeys

Op 11 mei 2018 verscheen Tranquility Base Hotel + Casino, het langverwachte zesde album van Arctic Monkeys. Waarmee ik mezelf er meteen aan doe herinneren dat ik al zo’n 13 jaar fan ben van die band.

Middels wijlen MSN Messenger had een meisje me ergens in 2005 verteld van een nieuw bandje dat via MySpace furore aan het maken was. Ze stuurde me een van hun demo’s door, een bestand van nog niet eens 3 MB2. Meteen nadat ik 14 – I Bet You Look Good on the Dancefloor.mp3 in de bedenkelijke kwaliteit van 128 kbs op mild illegale wijze had beluisterd, was ik verknocht aan de snerpende gitaren en de haastige, eloquente lyrics van de zanger die volgens Google Alex Turner heette.

Enkele weken later zou I Bet You Look Good on the Dancefloor als single worden uitgebracht en een wervelwind doen razen door de Britse muziek. Via de hipste torrentsite van dat moment3 haalde ik ondertussen nog wat andere demo’s binnen. Songs als Scummy4, Perhaps Vampires Is a Bit Strong, But… en Cigarette Smoker Fiona waren de soundtrack voor mijn busreizen van Rupelmonde naar Sint-Niklaas en terug.

Een jaar later brachten Arctic Monkeys hun eerste album uit. Whatever People Say I Am, That’s What I’m Not. Een titel als een spiegelbeeld voor iemand die al heel zijn leven graag tegendraads was. Ik nomineerde het album als kerstcadeau. De legende wil dat mijn grootmoeder en mijn meter samen naar de Free Record Shop in Beveren trokken, daar naar dat album vroegen en dat de niet al te schrandere verkoper met een compilatie-cd van de Britse 60s-band The Monkees5 kwam aandraven. Mijn leven had er heel anders kunnen uitzien.

*

Enkele dagen terug zei iemand op Twitter: “Ik kan niet om met mensen met een groot ego.” Hij bedoelde het niet deemoedig. Ik sprong – als officieuze woordvoerder van mensen die niet ontkennen dat ze een groot ego hebben – op die bewering, zei dat mensen best een ego mochten hebben, zeker als ze heel getalenteerd zijn.

Elke mens heeft een ego. Wie geen ego heeft, is nog niet geboren.

Iemand met een groot ego is een pejoratieve omschrijving voor iemand die ambitieus, ijdel, uitgesproken en uitgesproken ambitieus en ijdel is. Dus: voor iemand die zich kwetsbaar opstelt. Wie hardop uitspreekt dat hij erg graag een wedstrijd wil winnen, maakt het zichzelf veel moeilijker dan iemand die dat voor zichzelf houdt. Denk terug aan Cristiano Ronaldo in de finale van het EK Voetbal. De man met een eigen museum raakte geblesseerd, was er – tot hoon van de sociale media – het hart van in en stond de rest van de wedstrijd aan de zijlijn hevig te coachen. Niet om zelf in de belangstelling te staan, maar wel om zijn ploegmaats naar zijn droom voor de hele natie te stuwen: Europees kampioen worden. Die titel gunde ik hem na de uitschakeling van de Rode Duivels meer dan wie ook. Na het EK zwaaide Ronaldo overigens louter zijn ploegmaats lof toe. Daar geen spoor van lof voor zichzelf, de man die vindt dat hij de beste voetballer ter wereld is. Wat hij overigens ook is.6

Maar wat hij ook doet: men houdt niet van Ronaldo. Met zijn maniertjes, zonnebankhuid en sneeuwwitte gebit. Die tijdens de rust zijn haar föhnt. Een ego zo groot als zijn palmares. Dat hij bijzonder veel tijd vrijmaakt voor zijn fans en in stilte miljoenen euro’s aan goede doelen schenkt, meer dan eender welke topsporter, wordt nogal gemakkelijk vergeten. Iemand met een groot ego is geen slecht of onsympathiek mens.

*

Men struikelt over Tranquility Base Hotel + Casino omdat het niet zoals AM klinkt. Zoals men er ook over struikelde toen Favourite Worst Nightmare niet als Whatever People Say I Am, That’s What I’m Not klonk, nog meer toen het zeer polariserende Humbug niet als Favourite Worst Nightmare of Whatever People Say I Am, That’s What I’m Not klonk en zo mogelijk – o inconsequentie – nog meer toen Suck It and See niet als Humbug klonk.

Opvallend toch, dat men verwacht dat de band die met het album Whatever People Say I Am, That’s What I’m Not is doorgebroken, aan de platgetreden verwachtingen van eindeloze herhaling zal voldoen.

*

Ik ben door mijn moeder en vader opgevoed als een beleefd, assertief, zelfbewust kind. In het tweede leerjaar had ik bonje met de meester omdat ik weigerde zijn spelfout7 over te nemen in mijn agenda. Er ontspon zich gekibbel, hij nam mijn agenda af, corrigeerde mijn notatie in rood, waarop ik met groene pen zijn zogenaamde verbetering corrigeerde. Het pleit werd in mijn voordeel beslecht toen de directeur mijn ouders uitnodigde, die het pas uitgebrachte Groene Boekje als bewijsmateriaal aandroegen en het maar goed vonden dat ik voet bij stuk hield, wetende dat ik gelijk had. De directeur maakte er zich vanaf met dat hij in het vervolg zijn leraars beter zou opleiden.

*

Men struikelt over Tranquility Base Hotel + Casino omdat Alex Turner prominenter naar voren wordt geschoven als de bezieler van het album. Hij heeft de tekst en de muziek in zijn eentje geschreven, de plaat grotendeels alleen opgenomen.

  1. Daar is niets mis mee. Niet elk bandlid wil/moet moet per se een creërende rol hebben.
  2. Dat is bezwaarlijk een nieuw gegeven. Turner is al sinds de eerste demo de schrijver van alle teksten en van het grootste deel van de muziek. Hij is een auteur. Altijd al geweest. Enige verschil tussen vroeger en nu: er is niet gezamenlijk bepaald om een nieuw album te maken. De muze bezocht Turner, hij begon te schrijven, op te nemen, en vroeg dan – deemoedig – aan zijn vrienden de bandleden wat ze ervan vonden. Ze waren onder de indruk.
  3. Hoe kan je van een frontman van een band verwachten dat hij én briljante muziek creëert én arena’s met daarin 20 000 fans bezweert én tegelijkertijd toch low profile blijft?
  4. In 2009 vond men dat Turner te schuchter was op het podium, te weinig het publiek bespeelde. Nu vindt men dat hij te veel de show steelt.
  5. Het axioma van de eigenheid: je kan nooit voor iedereen goed doen, dus wees jezelf.
  6. Het axioma van de mens: men wantrouwt wie anders is dan hoe we zelf zijn.

*

Ik heb van half 2014 tot eind 2017 gepoogd om mijn gedrag en karakter te veranderen. Ik verzaakte aan het axioma van de eigenheid. Ik begon ermee in te zitten dat niet iedereen me graag mocht. Ik trachtte me te matigen. Ik werd beschroomder, schuchterder, schijnbaar minder geïnteresseerd. Ik was in sociale omstandigheden weinig aangenaam gezelschap. Ik probeerde me aan te passen aan wie me überhaupt nooit zou mogen.

Ik was binnenin mezelf, maar de combinatie tussen mijn ego en mijn aangepaste gedrag veroorzaakte een soort foutmelding, zoals de foutmelding die je krijgt wanneer je van een wav-bestand een mp3-bestand probeert te maken door gewoon .mp3 aan de bestandsnaam toe te voegen.8

Ik heb me nauwelijks vermaakt tussen 2014 en 2017.

Ik was niet meer zelfbewust, maar was me vooral bewust van mezelf, bewust dat ik niet te zelfbewust mocht overkomen, want men vindt dat arrogant.

Ik begon erop te letten om niet te veel zinnen te beginnen met het woord ‘ik’.

Ik vond dat heel vermoeiend.

*

Elk album dat Alex Turner heeft uitgebracht, is rechtstreeks op nummer 1 binnengekomen in de Britse hitlijst. Zeven albums op een rij. Deze week volgt zonder gekkigheid nummer acht. Dat hem dat nauwelijks wat kan schelen, wijst dat op bescheidenheid of op een groot ego?

*

Het adjectief ‘arrogant’ leerde ik kennen in 1998, toen mijn twee juffen uit het vierde leerjaar me die eigenschap toeschreven. Ze vonden het vervelend dat ik me ervan bewust was dat ik de beste van de klas was. Ze vonden het vervelend dat ik tevreden was met wie ik was, dat ik zo complexloos was. Daarop begonnen ze de tactiek van de vernedering toe te passen. Ze wezen me herhaaldelijk op de evidentie dat ik de kleinste van de klas was – alsof dat iets negatiefs was – en dreven dat zo ver tot ik op een dag boos werd en begon te huilen. Waarop ik met de pragmatische frase “Ga maar in de hoek staan, gij kleine baby!” in de hoek werd geplaatst. Liever een ongelukkig kind dan een arrogant kind, quoi. Naast het Groene Boekje was ook een cursus pedagogie niet tot in alle gelederen van de basisschool in Rupelmonde doorgedrongen.

*

Eigenlijk vonden ze het vervelend dat ik me beter leek te voelen dan de anderen, terwijl ze me er herhaaldelijk impliciet op wezen dat ik daadwerkelijk beter was. Als kinderen de leerstof niet begrepen, moest Yannick hen maar helpen. Mijn goede punten waren een evidentie. Als ik iets wist dat al de rest niet wist, werd dat onder de mat geveegd, was dat maar normaal.

Ik heb me nooit beter gevoeld dan iemand anders. Afhankelijk van de context was ik gewoon beter of slechter dan de ene of de andere. Trots waar het kon, bescheiden waar het moest. En mijn leven heeft me steeds meer stof tot bescheidenheid dan tot trots geboden.

*

Men vindt het jammer dat het talent van Arctic Monkeysdrummer Matt Helders – een van de beste drummers ooit – wordt verspild door de trage, loungy nummers op Tranquility Base Hotel + Casino. Terwijl het net veel talent vergt om het ritme aan te geven in meanderende songs. Talent kent vele gedaanten. Een auteur die spaarzaam proza hanteert, wordt toch niet aanschouwd als minder getalenteerd dan een maximalist?9

*

Toegeven dat je een groot ego hebt, is taboe. Zoals het taboe is om te zeggen dat je lid bent van Mensa10 .

*

Men denkt dat Matt Helders ongelukkig is omdat hij in de nieuwe songs de gelegenheid niet krijgt om op zijn drums te rammen. Terwijl hij zelf aangaf dat hij beseft dat de drumpartijen ten dienste moeten staan van de song.

Quizvraag: wat zou Myriam F. zeggen als het nieuwe album van Arctic Monkeys een collectief gecreëerde plaat was waarbij het hoofddoel was om het talent van Matt Helders te etaleren?

*

Antwoord: “Deze egotrip van Matt Helders laat ik graag aan mij voorbij gaan…” (sic)

*

Ik kan beter om met kritiek op mijn eigen werk dan met kritiek op het werk van mijn idolen. Wat ook weer zo’n vervelende tegenstrijdigheid in mijn leven is. Mensen die ik bewonder, zijn getalenteerd, cool, charismatisch, onbeschroomd zichzelf. Waardoor ze naast hardnekkige fans ook onvermijdelijk over een trouwe schare criticasters beschikken.

Het axioma van de mens geldt ook voor mij. Ik bewonder in anderen wat ik zelf nastreef.

*

Samenwerking leidt niet altijd tot betere resultaten. Samenwerking leidt tot compromissen. Zeker in de kunsten, waar quasi iedereen een uitgesproken mening heeft.

Naar het axioma van de mens wantrouw ik extreme van-en-metvoorstellingen, waarbij meer dan een handvol mensen verantwoordelijk zijn voor én spel én tekst én regie. Niet dat zulke voorstelling slecht zijn, integendeel zelfs, die zijn naar persoonlijk bescheiden marktonderzoek quasi altijd hoogst vermakelijk en onderhoudend. Zulke voorstelling zijn nooit ronduit slecht – maar evenmin ooit ronduit briljant. Voor het ene is er te veel verzamelde kennis aanwezig. Voor het andere ook. Om het met een variatie op een toekomstige Arctic Monkeys-hit11 te zeggen: altijd three stars out of five.

De slechtste voorstelling die ik ooit zag, was geschreven en gebracht door een persoon. De beste voorstelling die ik ooit zag, was geschreven en geregisseerd door een persoon. Naar ik vermoed waren zijn acteurs geen marionetten zonder mening, maar er zat wel een heel duidelijke visie van een heel getalenteerde maker achter.

Auteurschap impliceert niet dat je alles zelf doet. David Lynch was niet de enige man op de set van aflevering 8 van het polariserende derde seizoen van Twin Peaks. Maar dat boude, ongebreidelde, compromisloze, nooit eerder geziene uur televisie was wel 100% zijn visie. Elke filter op die visie had de kwaliteit van het resultaat tenietgedaan. Iets ongewoons wordt altijd gewantrouwd. Pas nadat Larry David met zijn ontslag dreigde, stemde NBC ermee in om de baanbrekende Seinfeld-aflevering The Chinese Restaurant12 uit te zenden, zij het pas aan het einde van het seizoen.

*

Een van de zwakste voorstellingen die ik ooit maakte13, was zodanig een compromis dat niemand van de uiterst getalenteerde equipe ook maar enigszins tevreden was met het resultaat. Niet in het minst ikzelf. Soms is het geheel veel zwakker dan de som van de delen.

Mijn allerzwakste was de jeugdzonde Liefde in der minne, de bewust ongepoëtiseerde kanalisatie van oud liefdesverdriet. Daar zat helemaal geen filter op. Het idee om na mijn eerdere hermetische en polariserende14 voorstellingen eindelijk een toegankelijk stuk te schrijven, in een soapachtige tussentaal, uit het leven gegrepen, leek me wel interessant, omdat dat idee helemaal niet strookte met mijn stijl of visie. Zoals ik al zei: een jeugdzonde.

Als ik over iets bescheiden moet zijn, is het over die voorstelling. No stars out of five.15

Beide voorstellingen werden gemaakt in de periode 2014-2017.

*

Arctic Monkeys is de band die mijn coming-of-age heeft gevolgd, getekend of vormgegeven. In 2009 heeft Humbug quasi letterlijk mijn leven gered. Niet in de zin dat ik een drenkeling op volle zee was die een Humbug-LP met een oppervlakte van 6m x 6m als vlot kon gebruiken, maar wel op een manier die ervoor heeft gezorgd dat ik dit nog typ.

Alex Turner was hét idool16 van de oude tiener en jonge twintiger Yannick Van Puymbroeck. Het album The Age of the Understatement van hem en Miles Kane verruimde de muzikale blik van iemand die tot dan louter van klassieke en alternatieve rockmuziek hield. Nadat het lome, slepende Humbug was uitgebracht, liet ik net als Turner mijn haar erg lang groeien, kocht ik een leren jasje, kocht ik via ASOS dezelfde enkellaarzen als die die hij toen droeg17. Sinds de swagger van AM ben ik in mijn vrije tijd kostuums beginnen te dragen. Sinds zijn “That rock ‘n roll”-speech op de Brit Awards in 2014 zoek ik een gelegenheid voor een net zo cocky zegetoespraak.

Potsierlijke gedachte: soms leek de invloed ook omgekeerd. Mijn snor en bakkebaarden waren er eerder dan zijn baard. Le Samouraï van Jean-Pierre Melville was van grote invloed op het ontstaan van Tranquility Base Hotel + Casino, maar was drie jaar eerder nog meer van invloed op de creatie van De man van glas die immer barst18. Net wanneer David Foster Wallace naar de titel dingt van Favoriete auteur van Yannick Van Puymbroeck anno nu19 lees ik hoezeer Alex Turner weggeblazen was door Infinite Jest. Ik vergeet de geciteerde invloed van Fassbinder en Fellini. Om van zijn voorliefde voor het oeuvre van David Bowie, Serge Gainsbourg, Nick Cave en anderen nog maar te zwijgen. Zoals ik al schreef: potsierlijke gedachte.

Ouder worden vind ik niet zo erg omdat Alex Turner 3 jaar en 14 dagen ouder is dan ik en omdat die op zijn 32 nog altijd jong en tomeloos cool is. Hetzelfde geldt voor David Lynch, die exact 43 jaar ouder is dan ik.

*

Voor wie me verdenkt van onvoorwaardelijke idolatrie: niets is minder waar. In de jaarboeken van de Klassieke Kring antwoordde ik steevast met Peter Doherty op de vraag wie mijn idool was. The Horrors was ook lang een van mijn favoriete bands. Twee mediocre albums later was de onvoorwaardelijkheid van de fanboy plots heel voorwaardelijk geworden.

*

Arctic Monkeys is de enige band waarvan ik elk nummer ken, zelfs de obscuurste demo of B-side.

Mijn favoriete nummers variëren van bekende superhits tot songs die nauwelijks tot nooit live worden gespeeld. Mijn liefde voor Do I Wanna Know? staat naast die voor Fire and the Thud, Too Much to Ask, Dance Little Liar, 505, Piledriver Waltz en Temptation Greets You Like Your Naughty Friend. En sinds 11 mei horen ook Four Out of Five, Star Treatment, Golden Trunks en American Sports in dat rijtje.

Mocht ik ooit trouwen en daarna een tweede maal trouwen, zou dat met I Wanna Be Yours als nummer voor de openingsdans zijn. En met Do Me a Favour voor de echtscheidingsdans20.

A Certain Romance vind ik enigszins overroepen. The Bad Thing en Black Treacle moeten zowat hun enige nummers zijn die ik niet graag hoor.

*

Een quote die ik al een jaar of tien parafraseer – en die volgens mij van Harry Mulisch afkomstig is: als ik een kamer binnentreed en niemand in die kamer kent mij, zal toch de helft van die kamer meteen een hekel aan mij hebben.

*

Men vindt dat Tranquility Base Hotel + Casino te veel tekst bevat. Ik geef het maar even mee, zo’n 2700 woorden ver in dit essay.

*

Een maand geleden kreeg ik van iemand die uit nieuwsgierigheid met mij in gesprek ging, na nog geen vijf minuten het semidwingende advies om dialect te hanteren en niet de verkapte standaardtaal die ik al heel mijn leven spreek. Tot vandaag stoort het me dat mijn reactie daarop zachtmoedig en verontschuldigend was – “Ik kan geen dialect, sorry” – en niet assertief. Want ik mag toch wel zelf bepalen hoe ik praat, zeker?

De pointe van die anekdote is dat de man mijn te beleefde respons hoe dan ook als hooghartig opvatte. Zijn respons was een norse: “Een gij of een gulder zal er wel vanaf kunnen, zeker?” Standaardtaal als vermeend sjibbolet van arrogantie en egocentrisme.

De ironie? Het was hem ontgaan dat ik al de hele tijd in de gij-vorm aan het praten was. Hij hanteerde de ik-vorm.

*

Net iets minder dan de stijl, het betoog en beleid van de heersende politici en de bric-à-bracmanier waarop onze onevenwichtige maatschappij in alle ongelijkheid is geconstrueerd, krijg ik de kriebels van het cliché dat bescheidenheid een deugd is, de katholieke onderbouwing van de neoliberale slogan ‘Doe maar gewoon’. Met bescheidenheid en zonder ego’s geen wetenschappelijke vooruitgang, literatuur of muziek. Ga maar eens zonder ego een hersentumor verwijderen. Begin maar een roman te tikken terwijl je boekenkast vol meesterwerken prijkt. Schrijf zonder hulp van je bandleden maar wat muziek terwijl je weet dat Mozart, Bach, Beethoven en 2 Fabiola featuring Loredana je voor zijn geweest.

*

Gek genoeg ben ik sociaal nooit zo geïsoleerd geweest als in de periode dat ik mezelf heb proberen te veranderen. Wie me graag heeft, heeft me liefst zoals ik werkelijk ben. Wie me niet graag heeft, zal me nooit graag hebben, welk masker ik ook draag, welke extensie ik ook aan mijn bestandsnaam poog toe te voegen.

*

Over een jaar of twintig zal Tranquility Base Hotel + Casino ontegensprekelijk beschouwd worden als een van de beste en belangrijkste albums van de 21e eeuw. Het in retrospect eerste chef-d’oeuvre van Alex Turner. Geen egodocument, maar een prozaïsche kroniek van de Zeitgeist.

*

Als ik Yannick Van Puymbroeck niet was, was ik graag Alex Turner geweest.

1. Bron: de Facebookpagina van Studio Brussel.

2. Een bestandsoverdracht die toen zo’n tien minuten à een kwartier duurde.

3. Limewire.

4. De oorspronkelijke naam van When the Sun Goes Down.

5. De band die vooral bekend is van de hit I’m a Believer. Wist je trouwens dat door de populariteit van Monkees-frontman en toenmalig meisjesidool Davy Jones een zekere David Jones eind jaren 60 om verwarring te voorkomen de artiestennaam David Bowie aannam? Wist je trouwens dat Davy Jones anderhalve centimeter kleiner was dan de schrijver van dit artikel?

6. Voor Lionel Messi heb ik het niet. Te huichelachtig in zijn vermeende bescheidenheid.

7. Meester Jerry schreef ‘ouderkontakt’ in plaats van ‘oudercontact’. En dat een jaar na de grote spellingshervorming.

8. Metafoor gegrepen uit het leven van An Willems.

9. Vaak is het tegendeel waar. Eenvoud wordt vaak als een soort hoogste vorm beschouwd. Meestal door mensen die bescheidenheid een deugd vinden.

10. Al heb ik dit jaar mijn lidgeld nog niet betaald.

11. Ik had het eerst – eveneens correct – als ‘Arctic Monkeyshit’ gespeld, maar zag dan de mogelijke scatologische leesverwarring in.

12. De aflevering waarin Jerry, George en Elaine in realtime op een tafeltje staan te wachten in een Chinees restaurant. Toen de NBC-bazen het script lazen, dachten ze dat er pagina’s ontbraken, omdat er geen spoor was van aktes of scènes. Beste moment van de aflevering: “Cartwright! Cartwright!” (“Who’s Cartwright?” – “I’m Cartwright.” – “You’re not Cartwright.” – “Of course I’m not Cartwright!”)

13. Ik noem de voorstelling niet bij naam, maar we weten allemaal welke ik bedoel, toch?

14. Bondage! Frontaal naakt! SM! Meer bondage!

15. Net omdat de voorstelling zo zwak was, vond het gros van het publiek die erg goed. “Het was zo herkenbaar.” Ach.

16. En Hugo Claus natuurlijk, de man die op meesterlijke wijze tegelijkertijd astrant, charmant en arrogant was. En die voor het overige ook een aardig stukje kon schrijven.

17. Black leather ankle zip boots van H By Hudson. Kostprijs anno 2009: zo’n 100 pond. Dat paar schoenen draag ik in mijn eerste solovoorstelling. 8 november 2018, hou die avond vrij.

18. In de volksmond ook wel bekend als: dat stuk met Koen Crucke. Wist je trouwens dat het affichebeeld en de coveromslag eigenlijk een bewerking is van een still uit Le Samouraï? In witzwarte duotoon zie je op de cover dus eigenlijk het silhouet van Alain Delon.

19. Dat verklaart al die voetnoten, denk je nu. Ik bevestig noch ontken.

20.And to tear apart the ties that bind / perhaps fuck off might be too kind” Vaak aan gedacht in allerhande contexten. Zie 13.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *