Geluk is al voorbij nog voor het is begonnen

Standaard

Woensdag 2 mei 2018, Stadio Olimpico, Rome. Het is kwart over tien in de avond. In de terugwedstrijd van de tweede halve finale in de Champions League staat het 2-2 in het duel tussen AS Roma en Liverpool. De geaggregeerde tussenstand is 4-7. Roma heeft nog een kwartier de tijd om minstens drie doelpunten te maken.

61 889 toeschouwers zien hoe trainer Eusebio Di Francesco zijn laatste vervanging doorvoert. Vedette Stephan El Shaarawy moet plaats ruimen voor de 19-jarige Mirko Antonucci. Op de Belgische televisie geeft de genietbare Q2-commentator Jan De Wijngaert1 mee dat Antonucci vandaag zijn Europees debuut maakt. Dit is waar Mirko van droomde toen hij nog een uk was.

Uit de tribunes stuiven aanmoedigingen en gejuich op. De enigen die zich ongehoord laten, zijn de familieleden van Antonucci. Zij denken: nu zou dat geluk moeten blijven duren. Met maar een invalbeurt in de halve finale van de Champions League komt er geen brood op de plank.

Orson Welles zei jaren geleden het later al te vaak geciteerde2 : “If you want a happy ending, that depends, of course, on where you stop your story.”

Met een veronderstelde prolepsis kan je elke vorm van vreugde vernietigen. Rede als sloophamer voor euforie van gewapend beton. Alsof je op een huwelijksreceptie het bruidspaar vertelt dat meer dan de helft van de getrouwde koppels ooit scheiden. Of bij een geboorte de trotse familie eraan herinnert dat het kind op een dag zal sterven.3

Pessimisten verdedigen zich steeds met de stelling dat ze een realist zijn. Ik waande me meer dan een decennium geleden een volbloed realist toen ik als voetbaltrainer weigerde te juichen telkens als mijn team scoorde. Ik vond immers dat er nog geen reden tot vreugde was, want de wedstrijd was nog niet voorbij en we konden dus nog verliezen. Erg consequent was ik niet. Als de tegenpartij scoorde, vloekte ik hoe dan ook. Doemdenken oogt geloofwaardiger dan optimisme.4

Twee doelpunten van Radja Nainggolan deden het Stadio Olimpico nog hopen en daveren, maar Roma kwam uiteindelijk een doelpunt tekort om verlengingen af te dwingen. Antonucci kende een anonieme invalbeurt. Of hem een grootste carrière te wachten staat, weet niemand. Zal Radja eigenlijk naar het WK gaan?

Enkele weken geleden ontving ik in tweevoud onverhoopt goed nieuws. Er viel me een emotie te beurt die ik de afgelopen jaren louter nog van horen zeggen kende: geluk. Dit was het begin, wist ik, een positief elan in mijn carrière, extern geloof in mijn kunnen. Van intimi kreeg ik naast euforische felicitaties ook temperende nuance te horen. Dat dat goede nieuws het begin van meer moest zijn, want dat wat er nu stond aan te komen, natuurlijk nog niet voldoende was. Dat dat geluk zou moeten blijven duren. Waarmee het geluk al voorbij was nog voor het begon.

1. Een dag eerder had ik tijdens de match Real Madrid – Bayern München een tweet geplaatst over hoe blij ik was dat Floris Geerts – en niet Peter Morren of Dirk Deferme – de Q2-commentator was. Een dag later waagde de zichzelf gretig googelende Dirk Deferme zich aan een bevreemdende conversatie met me. Mijn milde aversie voor de heren Morren en Deferme komt voort uit hun veelvuldige zondes tegen mijn overtuiging dat een commentator objectief moet zijn en de wedstrijd moet beschrijven – niet interpreteren. Tactisch inzicht is weinigen gegeven.

2. Quod erat demonstrandum.

3. Zoals in die aflevering van de formidabele VTM-serie Lili & Marleen waarin Rik – de betreurde topacteur Frank Aendenboom – een familiegraf koopt, zodat zijn nog niet eens geboren kleinzoon later een mooie rustplaats zal kennen. “Ge moet vooruitzien in het leven”, zei hij.

4. Vrees niet: volgend seizoen zal ik uitbundig juichen bij elk doelpunt dat mijn elftal – de dan intens pressende voetbalmachine Daknam – zal scoren. Cholismo.